Chemische bestrijdingsmiddelen
Er zijn in de handel verschillende chemische bestrijdingsmiddelen tegen 'ongedierte' te verkrijgen. Vele onder hen dragen het prefix 'bio' alsof ze ecologisch verantwoorde producten zijn. In een ecologische tuin horen ze echter niet thuis.
Zeker binnenshuis moeten we extra voorzichtig zijn met giftige biociden: veel actieve stoffen breken trager af dan buiten, verschillende stoffen kunnen elkaar versterken, de luchtverversing is er kleiner, biociden kunnen er zich opstapelen in het huisstof of in gordijnen en kussens, spelende kinderen komen er veel intenser in contact dan volwassenen, we vertoeven soms relatief lang in de gesloten ruimten cfr. slaapkamers), er zijn voedingsstoffen aanwezig die we tot ons nemen etc.
Hieronder vind je een overzicht van de gangbare productgroepen.
Organische of organofosfaten
Meestal staat op het etiket 'organisch fosfaatverbinding met cholinesteraseremmende werking'. Voorbeelden zijn diazinon en dichloorvos. Organische fosfaten zijn insectenbestrijdingsmiddelen met een werking op het zenuwstelsel. Hun werking berust erop dat ze de prikkeloverdracht tussen zenuwen onderling en tussen zenuw en spier belemmeren. Ze blokkeren vrijwel direct de werking van de vlieg- en ademhalingsspieren van het insect. Dit bewerkstelligt een zogenaamd 'knock-down' of val-dood effect.
Ook voor andere dieren, waaronder vogels en vissen, zijn organische fosfaten giftig. Bij mensen verstoren ze bijvoorbeeld de werking van het zenuwstelsel en huidaandoeningen, misselijkheid, zweten en diarree. Bij grote inname kunnen ook verlammingen en zelfs een coma ontstaan. Daarnaast worden enkele organische fosfaten ervan verdacht erfelijk materiaal (DNA) te veranderen en de immune afweer te verminderen. Organische fosfaten worden vrij snel in het milieu afgebroken.
De verbruikersorganisatie Test-Aankoop raad in diverse publicaties het gebruik van biociden die dichloorvos bevatten ten stelligste af.
Carbamaten
Carbamaten zijn net als de organische fosfaten acetylcholinesteraseremmers. Carbamaten werken tegen insecten en worden veel toegepast in vlooienbanden. Voorbeelden van carbamaten zijn carbaryl en propoxur. De acute giftigheid voor zoogdieren is niet zo groot. Ze zijn echter weinig selectief voor insecten, zo is de giftigheid voor bijen erg groot. De symptomen van vergiftiging door carbamaten zijn gelijk aan die van organische fosfaten: ook zij worden verdacht van kankerverwekkende eigenschappen. De afbreekbaarheid in het milieu is matig tot goed. De ernstigste giframp uit de geschiedenis in Bhopal (India) in 1984 werd veroorzaakt door een lekkage in een installatie waar de grondstof voor de productie van carbaryl wordt gemaakt.
Gechloreerde koolwaterstoffen
Gechloreerde koolwaterstoffen duiken af en toe nog op in bestrijdingsmiddelen. De meest bekende loot van deze tak vergiften is DDT. DDT is in ons land reeds vele jaren verboden. Andere voorbeelden zijn lindaan, metoxychloor en paradichloorbenzeen ('mottenballen').
Gechloreerde koolwaterstoffen werken op meerdere diersoorten. Net als de organische fosfaten en de carbamaten zijn het zenuwgiften, maar daarnaast kunnen ze ook de hormoonhuishouding en de werking van de lever en nieren verstoren. Bij vogels ontregelen ze de kalkhuishouding, waardoor de eierschalen dunner worden en eerder breken.
De acute giftigheid is groot, zij het minder groot dan die van de organische fosfaten. Acute vergiftigingsverschijnselen zijn onder andere irritatie van de huid, ogen en slijmvliezen, misselijkheid en krampen. De meeste gechloreerde koolwaterstoffen worden verdacht van kankerverwekkende eigenschappen. Ook kunnen ze soms ernstige bloedaandoeningen veroorzaken. De stoffen breken slecht af in het milieu, waardoor ze zich ophopen in voedselketens en soms wereldwijd in het milieu verspreid raken.
Tot een aantal jaren geleden werd er vooral veel gebruik gemaakt van lindaan voor de bestrijding van allerlei ongedierte. Het gebruik van deze stof is de laatste jaren gelukkig sterk teruggedrongen. Waarschijnlijk zal het gebruik van lindaan in de toekomst volledig worden verboden. Op dit moment kan men echter nog steeds bestrijdingsmiddelen met lindaan kopen, ook voor particulier gebruik. Gezien de goede alternatieven, is er geen enkele reden om deze gevaarlijke en ongewenste stof te gebruiken.
Pyrethrinen: pyrethrum en pyrethoïden
Een zeer aparte groep van bestrijdingsmiddelen is die van de pyrethrinen. Deze omvat het natuurlijke pyrethrine (pyrethrum) en de synthetische pyrethoïden (o.a. permethrin, deltamethrin, tetramethrin, bio-allethrin). Net als de organische fosfaten zijn het zenuwgiften. Aan bestrijdingsmiddelen met pyrethrinen wordt nogal eens piperonylbutoxide toegevoegd: deze stof wordt verderop apart besproken.
Pyrethrum wordt bereid uit de bloemen van een chrysantensoort die in Afrika groeit. Pyrethrum heeft een aantal zeer voortreffelijke eigenschappen. Het valt in direct zonlicht binnen een paar uur spontaan uiteen in onwerkzame verbindingen. In diffuus daglicht binnenshuis kan dat enkele weken duren, maar we blijven er niet tot in lengte van jaren mee zitten, zoals het geval is met aantal andere bestrijdingsmiddelen.
Pyrethrum is zeer giftig voor insecten. Vooral bijen zijn zeer gevoelig, vliegen zijn dat iets minder en nog minder geldt dat voor kakkerlakken, vlooien en kevers. Helaas is pyrethrum ook zeer giftig voor nuttige insecten, zoals bijen en tevens voor vissen. Onder omstandigheden werkt het 100 maal zo sterk als bijvoorbeeld lindaan. Voor insecten vertoont het een uitgesproken valdood effect. Een insect dat met het gif in aanraking komt, ligt binnen seconden met de pootjes omhoog. Als de concentratie hoog genoeg is, zijn de insecten meteen dood. Als de concentratie te laag is of als het preparaat te lang in de kast heeft gestaan, is er sprake van schijndood. Na een poosje komen de vliegen weer bij. De acute giftigheid voor zoogdieren, zoals de kat of de mens, valt mee. Pyrethrum wordt in het lichaam snel afgebroken. De dodelijke dosis voor de mens ligt in de buurt van de 100 gram. Pyrethrum kan wel allergische reacties, zoals huiduitslag, veroorzaken bij gevoelige mensen.
Pyrethoïden zijn door de chemische industrie samengestelde synthetische verbindingen, geïnspireerd op het natuurlijke pyrethrum. Er is een hele golf pyrethoïden in de handel. De natuurlijke pyrethrinen worden daardoor wel uit de handel gedrukt en dat is een nefaste ontwikkeling voor de mensen in de ontwikkelingslanden, die voor hun inkomen afhankelijk zijn van de teelt van de chrysantensoort waaruit het natuurlijk middel wordt gemaakt.
De afbreekbaarheid van pyrethoïden is aanmerkelijk slechter dan die van de natuurlijke pyrethrinen, het pyrethrum. In de meeste gevallen blijven pyrethoïden enige weken tot maanden in het milieu aanwezig, afhankelijk van de omstandigheden.
Pyrethoïden worden toegepast in middelen tegen muggen, vliegen, vlooien, houtwormen en mieren.
De acute giftigheid voor zoogdieren is in doorsnee ongeveer gelijk aan of iets groter dan die van pyrethrum. In een enkel geval zijn overgevoeligheidsreacties gemeld bij toepassing van pyrethoïden.Contact met de huid kan een prikkeling tot gevolg hebben. Er zijn echter enkele onderzoeken die melden dat ze de werking van het zenuwstelsel verstoren. En bij permethrin en cypermethrin zijn er aanwijzingen dat ze een zwakke erfelijk materiaal-veranderende werking hebben. Dit houdt in dat niet kan worden uitgesloten dat ze een kankerbevorderende werking hebben en mogelijk schade bij nageslacht veroorzaken. Veel pyrethoïden zijn erg giftig voor vissen en nuttige insecten, zoals bijen.
Met de ontwikkeling van pyrethoïden zijn er mogelijkheden ontstaan om de gechloreerde koolwaterstoffen, zoals lindaan voor de bestrijding van houtworm, de organische fosfaten, zoals diazinon voor de bestrijding van kakkerlakken en carbamaten, zoals carbaryl en propoxur voor de bestrijding van vlooien, te vervangen.
Organische vetzuren
Organische vetzuren behoren tot de oudste pesticiden die door de mens worden gebruikt. Al voor 1890 werd uit walvisolie een zeepoplossing bereid die gebruikt werd in tuinen tegen insectenplagen. Het is van belang om de plant overvloedig met het middel te behandelen, zodat het plaagdier helemaal doordrenkt wordt met de zeepoplossing.
Bij de productie van vetzuren worden oliën volgens een bepaald procédé behandeld met loog. Hierdoor ontstaat zeep. Ook groene zeep wordt op deze manier bereidt. Het verschil tussen het bestrijdingsmiddel en zeep om te wassen zit in de verschillende oliën die gebruikt worden. De vetten die gebruikt worden als bestrijdingsmiddel zijn geselecteerd op effectiviteit en onschadelijkheid voor de plant. Een oplossing van groene zeep kan nogal eens schadelijk zijn voor de plant en is niet altijd even effectief.
Voor de mens zijn er weinig gezondheidseffecten te verwachten. Contact met de ogen leidt tot irritatie (net als bij huishoudzeep) en inademen moet worden voorkomen.
Piperonylbutoxide
Piperonylbutoxide is geen bestrijdingsmiddel, maar een versterker van pyrethrinen. Pyrethrinen worden zeer snel afgebroken. Piperonylbutoxide remt de afbraak en versterkt daardoor de werking van pyrethrinen. Je hebt dan minder van de stof nodig. Aan vrijwel alle producten met pyrethrinen wordt piperonylbutoxide toegevoegd.
Het mengsel pyrethrinen en piperonylbutoxide heeft bijna altijd een verhouding van 1 op 4 of 5. Ondanks deze 'wan'verhouding dragen veel middelen waarin piperonylbutoxide zit het opschrift 'zuiver plantaardig' of 'niet synthetisch bereid' of 'milieuvriendelijk'. Dat klopt niet zo. Piperonylbutoxide is dan zelf wel niet giftig, maar het remt de ontgiftiging van de pyrethrinen in het lichaam.
Andere bezwaren zijn dat het bij inname van grote inname van grote hoeveelheden schade aan de lever en de nieren kan veroorzaken. Op de vraag of de stof kanker kan verwekken, kunnen we geen antwoord geven. Tot nu toe heeft één onderzoek uit 1976 kankerverwekkende eigenschappen gesuggereerd, maar bij alle andere onderzoeken wees niets in die richting. Een bewezen bezwaar is dat piperonylbutoxide slechts voor 80 procent uit zuivere stof bestaat. Wat de rest is, wordt niet verteld. De afbreekbaarheid in het milieu, tenslotte is matig tot goed.
Het is dus oppassen geblazen met piperonylbutoxide. Daarbij komt dat er nog andere middelen zijn die hetzelfde effect hebben, zoals sesamolie. Maar die zijn blijkbaar niet zo aantrekkelijk voor de industrie.
Bron:
Brussels Observatorium voor Duurzame Consumptie
Last Updated ( Wednesday, 17 February 2010 14:14 )



Comments
RSS feed for comments to this post