Rabarber telen
Rabarber (Rheum rhabarbarum) is een oude bekende in de groententuin. Met zijn zoet-zurige unieke smaak wordt hij vaak gebruik in moes, taart, confituur en zelfs wijn. Rabarber (Rheum-soorten) zijn afkomstig uit Azië, meer bepaald uit het noordwesten van China en Tibet.
Vanaf de 18de eeuw wordt de plant ook in Europa geteeld als voedselgewas.
Rabarber is een meerjarige plant die mits een goede verzorging vele jarn op dezelfde plaats kan blijven staan in de tuin. Hij kan als borderplant gebruikt worden, langs hagen,... Door zijn grote bladeren krijgt het onkruid errond weinig zonlicht en zal dan ook wegkwijnen.
De ondergrondse wortelstokken overleven probleemloos de winter, terwijl de bovengrondse delen elke herfst afsterven. In de vroege lente komen de bladeren van de rabarberplant opnieuw tevoorschijn.
De teelt
De rabarberplant verlangt een zonnige standplaats op vruchtbare tot zeer vruchtbare, goed bemeste grond. De standplaats moet vochtig zijn, zowel op droge als op waterzieke gronden zal de plant niet optimaal groeien. Rabarber verlangt een matig zure grond. Een pH van 6 geeft de hoogste opbrengsten.
In februari, voor het uitlopen van de eerste knoppen wordt een eerste maal bemest. Na de lente oogst wordt er in jullie nog wat bijgemest. Tenslotte kan je na het afsterven van de bladeren nog wat stalmest of compost uitstrooien tussen de planten. Dit lijkt veel maar als je de groeikracht van de rabarber bekijkt en weet dat ook ondergronds de wortelstok uitgroeit dan weet je waar al deze voedingstoffen naartoe gaan. De bemesting moet naast de nodige nitraat en fosfaat ook organische stof in de bodembrengen. Compost en stalmest hebben dus de voorkeur.
Het plantmateriaal kan je verkrijgen op 2 manieren: ofwel koop je containerplantjes ofwel deelje een wortelstok van minstens 6 jaar in twee. Het voordeel van deze laatste methode is dat je veel sneller zal kunnen oogsten dan bij het containermateriaal. Je kan ook rabarber proberen te zaaien maar aangezien de moederplanten vaak kruisingen zijn, zijn de eigenschappen van de zaailingen zeer moeilijk te voorspellen. Bovendien duurt het dan al snel 4 jaar eer je aan het oogsten bent.
Rassen met groene stelen zijn de beste groeiers en hebben de hoogste opbrengst. De roodstelige rassen hebben dan weer meer smaak.
Oogsten
Oogsten kan je vanaf april-mei tot juli. Aangezien de bladeren de nodige voedingstoffen aanmaken voor de woortelstok is het belangrijk om niet de hele plant kal te plukken maar laat steeds een viertal stelen staan. De dikste stelen kan draaien of plooien zodat ze onderaan losscheuren van de plant. Onderaan de steel zie je dan een slip aan de stengel. Breek of snij de stengel nooit af, de resten kunnen gaan rotten wat uiteindelijk zelfs de wortelstok kan aantasten. Snij de bladeren en het onderste deel van de stengel af. Je kan de schil en nerven van de stengel verwijderen voor het gebruik indien je dat wenst.
Vanaf juli zal het gehalte aan oxaalzuur in de stengel sterk stijgen waardoor hij te zuur en zelfs licht giftig wordt. Eventueel kan je in september nog een tweede kleine oogst verzamelen.


