Zelf een moestuin beginnen vraagt werk. Het onderhoud vraagt misschien nog meer werk. Maar laat je daar niet door afschrikken, de beloning is een karrevracht verse, gezonde vruchten en groenten!

Het begin...

Een zonnig perceel grasland is een uitstekende uitgangspositie om een groententuin te beginnen. Gras brengt immers veel humus in de bodem in, en deze zorgt op zijn beurt voor een goede waterhuishouding in de toekomstige tuin.
Braakland of bouwgrond heeft dikwijls als nadeel dat de grond erg gecompacteerd is. Bovendien staat er meestal een overvloed aan onkruid op dergelijke gronden, die best vooraf verwijderd worden.

We beginnen met het maaien van het gras, hoe korter hoe beter. Vervolgens kunnen de zoden worden verwijderd, ofwel spit of ploegt men deze volledig onder. De herfst of winter zijn de beste periodes om dit te doen. Het spitten of ploegen gebeurt best niet te diep: maximaal 30 cm. Dit bevordert een snelle recuperatie van het bodemleven, wat belangrijk is voor een biologische moestuin.

Hoe groot je je tuin maakt hangt natuurlijk af van de behoefte aan groenten, het enthousiasme en de tijd die je ervoor kan vrijmaken. Een tuin van 40 vierkante meter is al een heel mooi begin.

Bemesten

Vervolgens moeten we de bodem verrijken met mest en kompost. Dit kan in het vroege voorjaar nog gebeuren op voorwaarde dat de mest en de kompost reeds voldoende verteerd zijn. Onverteerde mest mag je maar in de herfst verspreiden zodat de jonge groenten in het voorjaar niet meer verbranden.

Een bodemanalyse kan je vertellen welke voedingsstoffen je moet toevoegen of net andersom waarvan er reeds meer dan genoeg aanwezig zijn.

Runder- of schapenstalmest (met stro) is veruit de beste dierlijke mest die je kan gebruiken. Ook konijnenmest is erg goed maar zelden in grote hoeveelheden te krijgen. Paardemest is meestal gemeng met houtkrullen, wat een negatief effect heeft op de in te brengen stikstof. Bij de vertering van deze houtkrullen zullen de bacteriën immers veel stikstof verbruiken en vrijgeven als stikstofgas.

Kompost zorgt naast de nodige sporeëlementen ook voor een basisbemesting. Maar het grote voordeel van het gebruik van kompost is de toevoeging van organisch materiaal of humus in de bodem. Deze humus zal het vocht veel beter vasthouden en de bodem luchtig en makkelijk bewerkbaar maken. Niets dan voordelen dus...

Indeling

Ideaal is een indeling in zes percelen. Door jaarlijks de te telen groenten een perceel op te schuiven, voorkomen we typische ziekten die het gevolg zijn van het jaar na jaar telen van dezelfde groenten op dezelfde plaats. Hierdoor komt elke groep groenten pas na zes jaar op dezelfde plaats terug.

Deze groepen zijn:
  • perceel 1: de wortelgewassen (ui, wortel, biet,...)
  • perceel 2: aardappelen
  • perceel 3: peulgewassen (erwten en bonen)
  • perceel 4: koolgewassen (broccolli, spruiten, sluitkolen,...)
  • perceel 5: de bladgewassen (spinazie, prei,...)
  • perceel 6: vruchtgewassen (tomaat, pompoen, courgette,...)
Het volgende jaar komen de aardappelen op perceel 1 en verschuiven de wortelgewassen naar perceel 6. Deze teelopvolging kan je verder verfijnen naar 8 of meer percelen.

En dan zaaien maar!

Met het zaaien en planten van de groenten in het voorjaar begin je pas echt met de groententuin. Hou het als beginner bij de groenten die je echt gebruikt of kan bewaren: ui, wortel, sla, spinazie, boontjes,...
Eénmaal dat je deze teelten onder de knie hebt kan je volgend jaar ook minder courante groenten introduceren in je tuin.