In het Centre de Recherche Agronomiques van Gembloux (België), Département de Lutte biologique et Ressources phylogénétique, is in 1975 een project opgestart om oude lokale fruitrassen te verzamelen en te vermeerderen.

Deze rassen werden vervolgens getest op hun resistentie tegen de meest voorkomende fruitboomziekten (kanker, meeldauw, schurft, loodglans,...). Uit het onderzoek bleek dat verschillende van de verzamelde rassen een hoge resistentie bezaten tegen de geteste ziekten. Bovendien bevatten deze oude rassen een waardevolle genen-poel voor kruisingsonderzoek, wat op zijn beurt moderne, resistente rassen kan opleveren.

De beste rassen werden vanaf 1985 opnieuw gekweekt en in de eerste plaats verkocht aan hobbyisten, aangezien deze rassen zich beter lenen voor niet-commerciële, biologisch verantwoorde teelt.

In de handel krijgen de rassen vaak een “RGF-label” opgekleefd. Dit staat voor: Ressources Génétiques et Résistance aux maladies des arbres fruitiers. Ook de term “Gembloux-rassen” wordt voor deze rassen gebruikt.

De collectie in Gembloux omvat 1390 appelbomen, 885 perenbomen, 330 pruimenbomen, 60 zoete kersen and 30 perzikbomen. Tevens is er door het onderzoeksinstituut van alle opnieuw uitgegeven oude rassen een uitgebreide documentatie gemaakt met beschrijvingen en afbeeldingen.

De RGF-appelrassen zijn:
  • Grenadier
  • Président Roulin
  • La Paix
  • Cwastresse Double
  • Reinette de Blenheim
  • Radoux
  • Joseph Musch
  • Godivert
  • Gris Braibant
  • Reinette Hernaut
  • Reinette Evagil
De RGF-pruimenrassen zijn:
  • Belle de Thuin
  • Wignon
  • Prune de Prince
  • Sainte-Catherine
Er is één perzikras in het RGF-programma:
  • Fertile de Septembre

Van de onderzochte peren- en kersenrassen zijn geen rassen geselecteerd.